Maatschappij
Vlaams onderwijs: 179.000 personeelsleden voor 1,2 miljoen leerlingen, maar waar blijft de kwaliteit?
Vlaanderen telt bijna 180.000 voltijdse equivalenten in het onderwijs, maar de leerprestaties gaan achteruit. Een structureel organisatieprobleem en een overdaad aan administratie zijn de boosdoeners.
Vandaag zijn 1,2 miljoen Vlaamse kinderen terug naar school gegaan. Ons onderwijs beschikt over een gigantisch personeelsbestand: 179.205 voltijdse equivalenten in het schooljaar 2024-2025. Dat komt neer op ongeveer één personeelslid per zeven kinderen.
Op papier ziet dat er indrukwekkend uit, maar in de praktijk staat nog altijd maar één leerkracht alleen voor een grote en steeds moeilijker beheersbare klas. Vlaanderen beschikt over bijzonder veel personeel, maar tegelijk klagen scholen over een nijpend lerarentekort. Waar bevindt al dat personeel zich dan?
Het personeelsbestand ontleed
Van de 179.205 voltijdse equivalenten behoren 141.881 tot het onderwijzend personeel, 6.497 tot het directie- en bestuurspersoneel en 30.827 tot andere categorieën. Die laatste groep omvat administratieve medewerkers, opvoeders, zorgcoördinatoren, therapeuten en diverse vormen van pedagogische en organisatorische ondersteuning.
Het algemene cijfer omvat ook personeel van hogescholen, volwassenenonderwijs, deeltijds kunstonderwijs, internaten, centra voor leerlingenbegeleiding, leersteuncentra, de onderwijsinspectie en pedagogische begeleidingsdiensten. Dat maakt het onderwijsapparaat tot een van de grootste en meest versnipperde sectoren van Vlaanderen.
Meer personeel, maar minder resultaat
Zelfs wanneer we uitsluitend naar het onderwijzend personeel kijken, blijkt Vlaanderen een opvallend gunstige omkadering te hebben. Volgens de internationale berekeningswijze zijn er ongeveer dertien kleuters per leerkracht, twaalf leerlingen per leerkracht in het lager onderwijs en negen in het secundair onderwijs. Vlaanderen behoort daarmee tot de landen met het meeste onderwijzend personeel per leerling.
Toch zitten leerlingen dikwijls in klassen van 25 of meer. Soms krijgt één leerling individuele begeleiding van een zorgleerkracht, terwijl een andere leerkracht alleen verantwoordelijk blijft voor een volledige klas. Voor kinderen met zware lichamelijke beperkingen, autisme of ernstige leer- of gedragsproblemen is die individuele ondersteuning noodzakelijk. Maar het feit dat zoveel personeel niet leidt tot kleine klassen met betere resultaten, wijst op een structureel organisatieprobleem.
Personeel wordt verspreid over talloze functies, kleine schoolvestigingen, verschillende onderwijsnetten, administratieve structuren en een groot aantal studierichtingen. Daarnaast komen deeltijdse opdrachten, vervangingen en personeelsleden die wel als leerkracht worden geteld, maar geen effectieve lesopdracht hebben.
Het aantal personeelsleden blijft ondertussen stijgen. Vooral de ondersteunende categorieën groeien snel. Tussen 2017-2018 en 2024-2025 steeg hun aantal van ongeveer 22.800 naar 30.800 voltijdse equivalenten. Dat is een toename van ongeveer 35 procent in amper zeven jaar.
Men zou verwachten dat zo’n personeelsgroei zich vertaalt in duidelijk betere leerprestaties. Het tegenovergestelde gebeurt. De resultaten van Vlaamse leerlingen gaan volgens PISA significant achteruit voor wiskunde, lezen en wetenschappen. Die achteruitgang verloopt sneller dan gemiddeld in de OESO. Voor lezen en wetenschappen zakte Vlaanderen naar de internationale middenmoot, terwijl het aantal leerlingen dat het basisniveau niet behaalt, blijft toenemen.
Meer personeel is geen garantie voor beter onderwijs. De juiste mensen moeten op de juiste plaats worden ingezet. Een extra leerkracht voor de klas kan een directe meerwaarde betekenen. Een extra coördinator of administratieve medewerker die vergaderingen organiseert, verslagen schrijft en bijkomende formulieren laat invullen, kan dat niet.
De regelneverij als ondergang van het onderwijs
Onderwijsminister Zuhal Demir wil de leerprestaties verbeteren en voert daarom nieuwe minimumdoelen, evaluaties, maatregelen en organisatorische hervormingen in. Elke nieuwe maatregel moet door scholen worden bestudeerd, besproken en ingevoerd. Leerplannen en handboeken moeten worden aangepast, personeelsleden moeten opleidingen volgen, schoolreglementen moeten worden herschreven en nieuwe controlesystemen moeten worden ontwikkeld.
Dat zijn allemaal werkuren waarin directeurs en leerkrachten niet met leerlingen bezig zijn. De weerstand vanuit het onderwijsveld is dan ook aanzienlijk. In mei 2026 ondertekenden 1.400 directeurs uit alle onderwijsnetten een open brief tegen de opeenstapeling en het tempo van de hervormingen. Ze spraken over praktische onduidelijkheid, onvoldoende inspraak en maatregelen waarvan scholen soms niet tijdig weten hoe ze die moeten uitvoeren.
Demir erkent zelf dat de planlast uit de hand is gelopen. Daarom richtte ze een ‘Raad van Onderwijzers’ op die moet aangeven welke administratie kan verdwijnen. Terwijl men een raad opricht om oude regels te schrappen, blijft de overheid nieuwe regels produceren. Zelfs de strijd tegen de regelneverij wordt opnieuw een overlegstructuur met vergaderingen, rapporten en administratie.
Demir erfde zelf een onderwijsstructuur die al complexer was met onderwijskoepels, schoolbesturen, inspectiediensten en pedagogische begeleiders. Uiteindelijk worden de leerkrachten opgezadeld met alle in te vullen documenten.
Trop is teveel
Voor elke nieuwe verplichting moet minstens één bestaande verplichting verdwijnen. Vlaanderen moet ook jaarlijks bekendmaken hoeveel personeelsleden daadwerkelijk voor een klas staan en hoeveel er verzuipen in de regelgeving. De absolute noodzaak is de opleiding van de kinderen en hoeveel werkuren er uiteindelijk gaan naar kennisoverdracht, opleiding en individuele ondersteuning.
Een onderwijsapparaat met ongeveer één personeelslid per zeven kinderen, dalende leerprestaties, grote klassen en een aanhoudend lerarentekort kan men moeilijk efficiënt noemen. Vlaanderen heeft in de eerste plaats minder structuren, minder versnippering, minder administratie en meer mensen voor de klas nodig. Precies daar faalt ons steeds duurdere onderwijsapparaat vandaag.
Bronnen
- Statistiek Vlaanderen, «Personeelsleden Vlaams onderwijs», cijfers schooljaar 2024-2025: https://www.vlaanderen.be/statistiek-vlaanderen/onderwijs-en-vorming/personeelsleden-vlaams-onderwijs
- Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, Statistisch Jaarboek 2024-2025: https://www.vlaanderen.be/onderwijsprofessionals/regelgeving-data-en-onderzoek/data-en-onderzoek/kennisplatform-onderwijs/statistisch-jaarboek-van-het-vlaams-onderwijs/statistisch-jaarboek-van-het-vlaams-onderwijs-2024-2025
- Statistiek Vlaanderen, «Leerling-leerkrachtratio»: https://www.vlaanderen.be/statistiek-vlaanderen/onderwijs-en-vorming/leerling-leerkrachtratio
- Vlaams Ministerie van Onderwijs en Vorming, resultaten PISA 2022: https://data-onderwijs.vlaanderen.be/documenten/bestanden/persbericht-20231205-PISA.pdf
- Vlaams Parlement, debat over planlast en de Raad van Onderwijzers, 2 april 2026: https://docs.vlaamsparlement.be/files/pfile?id=2305981
- BRUZZ, protestbrief van Vlaamse schooldirecteurs, 29 mei 2026: https://www.bruzz.be/actua/onderwijs/onderwijsminister-demir-ontvangt-schooldirecteurs-achter-protestpetitie-brussel-2026-05-29
Reacties 0
Reageren kan als abonnee. Log in met uw e-mailcode of word abonnee.
Nog geen reacties. Wees de eerste om te reageren.