Buitenland
Congo verbiedt export van koper en kobalt: een wake-upcall voor Europa
Congo stopt met de uitvoer van ruwe mineralen en wil zelf de verwerking doen. Een slimme zet, maar Europa reageert te laat. Wie controleert de grondstoffen van morgen?
De Democratische Republiek Congo heeft deze week een beslissing genomen die veel verder reikt dan de mijnbouw. Het land verbiedt met onmiddellijke ingang de export van koper- en kobaltconcentraten. Voortaan wil Congo dat deze grondstoffen eerst in eigen land worden verwerkt. Niet langer goedkope grondstoffen uitvoeren om vervolgens dure eindproducten terug te kopen, maar zelf meer industrie, werkgelegenheid en belastinginkomsten creëren.
Dat kan een zeer positieve beslissing zijn voor de Congolese bevolking. Voor Europa heeft dit belangrijke implicaties. Congo levert ongeveer 70% van alle kobalt ter wereld en behoort met een koperproductie van ongeveer 3,3 miljoen ton per jaar tot de absolute wereldtop. In 2025 produceerde Congo bovendien ruim 220.000 ton kobalt.
Zonder deze metalen zijn elektrische auto’s, batterijen, smartphones, windmolens en tal van hoogtechnologische toepassingen eenvoudigweg onmogelijk. De grootste mijnen ter wereld bevinden zich in Congo. Namen als Kamoa-Kakula, Tenke Fungurume, Kamoto, Kipushi, Kolwezi en Deziwa vormen het kloppende hart van de wereldwijde energietransitie. Alleen al Kamoa-Kakula zal na volledige uitbreiding ongeveer 600.000 ton koper per jaar produceren. Tenke Fungurume is zelfs de grootste kobaltproducent ter wereld.
Opmerkelijk is dat deze koerswijziging niet wordt geleid door een typische Congolese beroepspoliticus, maar door minister Louis Watum Kabamba, een mijningenieur die tientallen jaren actief was in de internationale mijnbouw. Hij stond jarenlang aan het hoofd van Kamoa Copper en kent als geen ander hoe buitenlandse ondernemingen miljarden verdienen met Congolese grondstoffen, terwijl een relatief beperkt deel van die toegevoegde waarde in Congo zelf achterblijft. Zijn strategie is helder: Congo wil niet langer enkel leverancier van goedkope ertsen zijn, maar ook een industriële speler worden.
Indonesië deed eerder precies hetzelfde met nikkel. Ook daar werden exportbeperkingen ingevoerd om raffinaderijen en industrie aan te trekken. Vandaag plukt Indonesië daar de economische vruchten van.
De wereldvreemdheid van de Europese politici
Onze Europese industrie is bijna volledig afhankelijk geworden van ingevoerde strategische grondstoffen. Niet alleen zijn we afhankelijk van Congo voor de ontginning, we zijn bovendien afhankelijk van China voor de verwerking ervan. Chinese ondernemingen hebben de voorbije twintig jaar miljarden geïnvesteerd in Congolese mijnen en raffinaderijen en controleren vandaag een aanzienlijk deel van de wereldwijde batterijwaardeketen.
Europa zit daardoor tussen twee machten: Congo levert de grondstoffen, China verwerkt ze. Ook België ontsnapt daar niet aan. Ons land heeft historisch een uitzonderlijk sterke band met de Congolese mijnbouw. De vroegere Union Minière du Haut-Katanga, vandaag Umicore, groeide uit de Belgische mijnbouwactiviteiten in Congo. Nog steeds verwerkt Umicore Congolese metalen zoals kobalt, koper en germanium voor batterijen, speciale legeringen en hoogtechnologische toepassingen. In 2024 sloot Umicore zelfs een overeenkomst met de Congolese staatsmaatschappij Gécamines om in Congo verwerkt germanium naar België uit te voeren voor verdere verwerking.
De economische belangen zijn dus enorm. Dat bleek meteen op de financiële markten. Nauwelijks was het exportverbod bekendgemaakt of de koperprijs op de Londense metaalbeurs steeg met ongeveer 1,8%. Dat lijkt weinig, maar op een wereldmarkt van deze omvang betekent dit onmiddellijk miljarden euro’s aan waardeschommelingen.
Europa heeft de voorbije jaren zelf onvoldoende controle te gehouden over de bevoorradingsketen. De EU regelt ondertussen bijna alles, behalve hetgeen economisch écht van belang is. We hebben de elektrificatie van ons wagenpark versneld, maar onvoldoende geïnvesteerd in eigen mijnbouw, raffinage en strategische reserves. Ondertussen hebben China en andere grootmachten wel een langetermijnstrategie ontwikkeld.
Geopolitiek draait vandaag niet alleen meer om olie of gas. De strijd gaat steeds meer over koper, kobalt, lithium, nikkel, zeldzame aardmetalen en germanium. Wie deze grondstoffen controleert, zal in belangrijke mate bepalen wie morgen de batterijen, auto’s, chips en defensietechnologie van de toekomst produceert.
Wat nu?
De vraag is of Europa wakker wordt uit zijn wereldvreemdheid. We kunnen niet blijven vertrouwen op goedkope grondstoffen uit het buitenland, terwijl we zelf de verwerking uitbesteden aan China. Een paar stappen zijn noodzakelijk:
- Investeren in eigen mijnbouw en raffinagecapaciteit, zelfs als dat politiek gevoelig ligt;
- Samenwerken met landen als Congo om lokale verwerking te stimuleren, in plaats van alleen maar grondstoffen af te nemen;
- Strategische reserves aanleggen voor kritieke mineralen, zoals we dat doen voor olie en gas;
- Een Europese strategie ontwikkelen voor de winning en verwerking van zeldzame aardmetalen, in plaats van afhankelijk te blijven van één land of regio;
- De Europese industrie stimuleren om minder afhankelijk te worden van buitenlandse toeleveranciers.
Congo’s beslissing is een wake-upcall. Als Europa niet snel handelt, zal het straks niet alleen de grondstoffen missen, maar ook de industrie die ermee werkt. En dat is een risico dat we ons niet kunnen veroorloven.
Bronnen
- Reuters (6 augustus 2026)
- Ivanhoe Mines
- Gécamines
- Umicore
- International Energy Agency (IEA)
Reacties 0
Reageren kan als abonnee. Log in met uw e-mailcode of word abonnee.
Nog geen reacties. Wees de eerste om te reageren.