Nieuws en opiniestukken
Laatste
Hebben we Europa uitgegeleverd aan China? Chat Control 2.0: België opnieuw de brave leerling van Europa Chat Control 2.0: België op het punt van een privacycrisis Crevits en Diependaele ziek tijdens begrotingsbesprekingen
Wallonië en Luxemburg: twee economische modellen die fundamenteel verschillen Economie
Foto: V. de Charleroi

Wallonië en Luxemburg: twee economische modellen die fundamenteel verschillen

Wallonië hield decennialang vast aan een overheidgestuurd model met subsidies en herverdeling, terwijl Luxemburg koos voor ondernemerschap, investeringen en internationale concurrentiekracht. De resultaten zijn vandaag onmiskenbaar: Luxemburg is een van de rijkste regio’s ter wereld, Wallonië blijft achter.

Deel dit artikel: Facebook X E-mail

Op het eerste gezicht hebben Wallonië en Luxemburg veel meer gemeen dan velen beseffen. Beide gebieden maken deel uit van dezelfde historische en geografische ruimte. Eeuwenlang waren ze economisch met elkaar verbonden. Beiden kennen een sterke Franstalige invloed, een vergelijkbare cultuur en een industriële geschiedenis die nauw verbonden was met staalproductie en mijnbouw.

Zowel Wallonië als Luxemburg werden in de tweede helft van de twintigste eeuw geconfronteerd met de sluiting van steenkoolmijnen en de neergang van de traditionele zware industrie. Op dat moment stonden beide gebieden voor dezelfde uitdaging: hoe een nieuwe economische toekomst uitbouwen nadat het industriële model was ingestort.

Vanaf dat moment gingen beide regio’s echter een volledig andere richting uit.

Luxemburg kiest voor economische vernieuwing

Luxemburg koos bewust voor een economische koers die gericht was op ondernemerschap, investeringen en internationale concurrentiekracht. Reeds vanaf de jaren zestig begon het Groothertogdom buitenlandse investeerders aan te trekken door een aantrekkelijk fiscaal klimaat te creëren. Het bouwde een sterke financiële sector uit, ondersteund door een stabiel juridisch kader en destijds ook door het bankgeheim.

Luxemburg begreep dat het onmogelijk zou zijn om zijn vroegere industriële economie te behouden en koos daarom voor economische vernieuwing. Naast de financiële sector investeerde het land ook in logistiek, technologie, Europese instellingen, onderzoek en hoogwaardig onderwijs.

Wallonië blijft hangen in een overheidgestuurd model

Wallonië maakte een andere keuze. Daar werd gedurende tientallen jaren vastgehouden aan een model waarin de overheid centraal stond als economische motor. Subsidies, overheidsinterventies, sociale uitgaven en herverdeling kregen voorrang boven structurele economische hervormingen.

Cockerill (later Cockerill-Sambre) werd in werkelijkheid ongeveer twintig jaar kunstmatig in leven gehouden met massale staatssteun, vooral tussen het begin van de jaren 1970 en het einde van de jaren 1980. Volgens verschillende economische studies ontving de staalindustrie in de jaren 1970 en 1980 omgerekend tientallen miljarden euro’s aan overheidssteun. Alleen al voor Cockerill-Sambre wordt vaak verwezen naar steunbedragen die in huidige koopkracht overeenkomen met meerdere miljarden euro’s.

Terwijl Luxemburg de nadruk legde op het creëren van welvaart, legde Wallonië steeds meer de nadruk op staatssteun. Die keuze werd versterkt door de opeenvolgende Belgische staatshervormingen. In plaats van de deelstaten financieel volledig verantwoordelijk te maken voor hun eigen beleid, bleef een omvangrijke financiële herverdeling bestaan via de federale overheid en de sociale zekerheid. Hierdoor werden de economische gevolgen van verkeerde beleidskeuzes onvoldoende zichtbaar. Een regio die structureel minder economische groei realiseerde, werd niet geconfronteerd met de financiële gevolgen daarvan.

Dat systeem heeft geleid tot een socialistische cultuur waarin noodzakelijke hervormingen werden uitgesteld. Het heeft situaties mogelijk gemaakt die in Luxemburg ondenkbaar zouden zijn. In Wallonië zijn er mensen die vanaf het verlaten van de schoolbanken tot aan hun pensioen uitkeringen hebben ontvangen. Het feit dat dergelijke situaties bestaan, wijst op fundamentele problemen in het systeem.

Luxemburg heeft steeds gekozen voor een model waarin werk, economische activiteit en participatie centraal staan. Daar wordt sociale bescherming gekoppeld aan een sterk activeringsbeleid en een competitieve economie.

De resultaten zijn duidelijk

De resultaten van beide modellen zijn vandaag overduidelijk zichtbaar. Volgens gegevens van de Wereldbank bedraagt het bruto binnenlands product per inwoner in Luxemburg ongeveer 138.000 dollar per jaar. Daarmee behoort Luxemburg tot de absolute wereldtop. Volgens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) bedraagt het bbp per inwoner, gecorrigeerd voor koopkracht, zelfs meer dan 143.000 dollar. Luxemburg is daarmee niet alleen rijker dan België, maar ook aanzienlijk rijker dan Duitsland, Frankrijk en Nederland.

Wallonië daarentegen blijft economisch achterop hinken. Volgens cijfers van Statbel lag de werkgelegenheidsgraad in Wallonië in 2024 rond 66 procent, tegenover ongeveer 77 procent in Vlaanderen. De werkloosheidsgraad ligt er al decennialang aanzienlijk hoger dan in Vlaanderen en behoort tot de hoogste van West-Europa buiten de zuidelijke crisislanden. De economische groei blijft achter en een aanzienlijk deel van de beschikbare middelen (+10 miljard) komt nog steeds via transfers uit Vlaanderen en de federale sociale zekerheid.

Het contrast wordt nog opvallender wanneer men kijkt naar de grensregio’s. Duizenden Walen trekken dagelijks naar Luxemburg om er te werken. Enkel omdat het land een economisch klimaat heeft gecreëerd waarin bedrijven investeren, jobs ontstaan en lonen stijgen.

Twee fundamentele fouten in ons federalisme

De fundamentele fout van de voorbije vijftig jaar staatshervormingen is dat men de regio’s wel steeds meer bevoegdheden heeft gegeven, maar onvoldoende financiële verantwoordelijkheid. Een gezonde federale structuur vereist dat regio’s in belangrijke mate de gevolgen dragen van hun eigen beleidskeuzes. Dat stimuleert goed bestuur, efficiëntie en hervormingen.

Een tweede fundamenteel probleem is het ontbreken van een duidelijke bestuurlijke hiërarchie. Wanneer regio’s in een bestuurlijke impasse of in een economische malaise terechtkomen, beschikt de federale overheid niet over instrumenten om corrigerend op te treden. Dat geldt niet alleen voor Wallonië, maar evenzeer voor Brussel. De hoofdstad kampt al jaren met stijgende schulden, bestuurlijke versnippering en politieke blokkeringen zonder dat er een efficiënt mechanisme bestaat om structurele hervormingen af te dwingen.

Wallonië staat op een kruispunt

Wallonië staat vandaag op een kruispunt. Het kan blijven vasthouden aan een model dat gedurende tientallen jaren ellendige resultaten heeft opgeleverd, of het kan lessen trekken uit het Luxemburgse voorbeeld. Dat betekent dat economische groei opnieuw centraal moet komen te staan. Lagere lasten op arbeid, een aantrekkelijker investeringsklimaat, meer ondernemerschap, een efficiëntere overheid zijn noodzakelijke voorwaarden om aansluiting te vinden bij de meest dynamische regio’s van Europa.

Wallonië beschikt over universiteiten, infrastructuur en een strategische ligging in het hart van Europa. Het potentieel is aanwezig. Uiteindelijk bepalen politieke keuzes het verschil tussen economische bloei en economische achteruitgang.

Indien Wallonië de Luxemburgse lessen blijft negeren, dreigt de economische kloof met Vlaanderen verder toe te nemen. En hoe groter die kloof wordt, hoe moeilijker het zal worden om de huidige Belgische solidariteitsmechanismen politiek te blijven verantwoorden. De toekomst van Wallonië ligt in economische vrijheid, ondernemerschap en verantwoordelijkheid. Luxemburg heeft die keuze meer dan zestig jaar geleden gemaakt. De vraag is of Wallonië bereid is hetzelfde te doen.

Bronnen

Reacties 0

Reageren kan als abonnee. Log in met uw e-mailcode of word abonnee.

Nog geen reacties. Wees de eerste om te reageren.