Economie
VBO waarschuwt: structurele hervormingen zijn noodzakelijk om economische neergang te stoppen
België kampt met stagflatie, recordtekorten en torenhoge belastingen. De VBO-topman Pieter Timmermans trekt aan de alarmbel, maar de regering blijft hangen in fiscale prutsmaatregelen. Een fundamentele koerswijziging is onontkoombaar.
België balanceert op de rand van een economische afgrond. Dat is geen overdrijving, maar een vaststelling die zelfs de grootste werkgeversorganisatie van het land, het Verbond van Belgische Ondernemingen (VBO), nu luidkeels bevestigt. Pieter Timmermans, CEO van het VBO, waarschuwt al jaren voor de gevolgen van een beleid dat zich blindstaart op steeds nieuwe belastingen en een ondoorzichtige fiscaliteit. Zijn boodschap is glashelder: de economische motor van ons land wordt verstikt door een combinatie van hoge lasten, bureaucratie en gebrek aan structurele hervormingen.
De cijfers liegen er niet om. Volgens de Europese Commissie groeit de Belgische economie in 2026 amper nog, met een inflatie die oploopt tot 3,4 procent en een werkloosheid die stijgt naar 6,6 procent. We zitten op het randje van een zogenaamde “stagflatie”: een stagnerende economie, stijgende inflatie en een begrotingstekort dat in 2026 uitkomt op 5,2 procent van het bruto binnenlands product. In 2027 zou dit zelfs oplopen tot 5,4 procent. Dat betekent dat de overheid jaarlijks meer dan 30 miljard euro uitgeeft zonder dat daar inkomsten tegenover staan.
De staatsschuld blijft intussen onverminderd stijgen, van 110,5 procent van het bbp in 2026 naar een verwachte 112,8 procent in 2027. Elke euro die aan rente wordt betaald, is een euro die niet kan worden geïnvesteerd in groei, innovatie of sociale voorzieningen. We zitten in een vicieuze cirkel: hoe hoger de schuld, hoe zwaarder de rentelasten, en hoe minder ruimte er is voor noodzakelijke investeringen. Dit is geen toekomstmuziek, maar een realiteit die ons land al jaren parten speelt.
België: het zwaarst belaste land ter wereld
Terwijl gezinnen en ondernemingen hun uitgaven moeten beperken, blijft de overheid nieuwe lasten opleggen. België behoort tot de zwaarst belaste landen ter wereld. Belastingen en sociale bijdragen vertegenwoordigen 45,1 procent van het bbp, tegenover een EU-gemiddelde van 40,4 procent. Voor een alleenstaande werknemer met een gemiddeld loon bedraagt de Belgische belastingwig – het verschil tussen wat een werknemer zijn werkgever kost en wat hij netto overhoudt – volgens de OESO maar liefst 52,5 procent. Dat is het hoogste percentage binnen de OESO. Een land dat al de hoogste belasting op arbeid heeft, kan zijn problemen moeilijk oplossen door arbeid, ondernemen, sparen, investeren en vermogen nog zwaarder te belasten.
Toch blijven nieuwe fiscale ideeën opduiken. De Europese Commissie verwijst voor 2026 onder meer naar hogere btw-inkomsten, een meerwaardebelasting en bijkomende belastingen voor de financiële sector. De fundamentele omvang en inefficiëntie van de overheid worden weinig aangepakt. Het is alsof we een zieke patiënt steeds meer pillen voorschrijven in plaats van de oorzaak van de ziekte aan te pakken.
Recordaantal faillissementen en een ontbrekend relanceplan
Het ondernemerslandschap geeft steeds meer alarmsignalen. Vlaanderen telde tijdens de eerste zeven maanden van 2026 al 4.166 faillissementen, een stijging van 3,8 procent ten opzichte van het vorige record uit 2025. Voor heel België wordt verwacht dat er dit jaar meer dan 12.000 faillissementen zullen vallen – een nieuw record. Toch is er geen sprake van een noodzakelijk relanceplan. De regering lijkt zich uitsluitend te concentreren op de vraag waar ze extra miljarden kan vinden, in plaats van hoe België opnieuw kan groeien.
Een begroting kan niet worden hersteld wanneer de economie stilvalt en de inflatie stijgt. Zonder groei stijgen de sociale uitgaven en wordt de schuld steeds zwaarder. België heeft daarom meer nodig dan fiscale prutsmaatregelen en extra lasten. Er is een samenhangend economisch relanceplan nodig dat investeringen opnieuw aantrekkelijk maakt. Concreet betekent dit:
- De sociale lasten op nieuwe arbeidsplaatsen moeten omlaag;
- Startende ondernemingen moeten gedurende hun eerste jaren lagere lasten krijgen;
- De vennootschapsbelasting moet concurrentiëler worden;
- Flexi-jobs moeten aantrekkelijk blijven;
- De vergunningverlening moet sneller en eenvoudiger;
- De bouw- en vastgoedsector moeten opnieuw ademruimte krijgen;
- Investeerders, technologiebedrijven, start-ups en potentiële unicorns moeten worden aangemoedigd om zich in België te vestigen en hier te blijven.
Dat vereist rechtszekerheid, stabiele fiscaliteit, voldoende risicokapitaal, betaalbare energie en een overheid die ondernemingen ondersteunt in plaats van ze permanent te wantrouwen en te controleren.
Onvoldoende besparingen en een groeiende bureaucratie
Ook de voldoende besparingen blijven uit. Er worden wel hervormingen aangekondigd en sommige uitgaven worden afgeremd, maar het volstaat niet. Als een tekort van 5,2 procent in 2026 een jaar later opnieuw stijgt tot 5,4 procent, kan men moeilijk beweren dat de overheidsfinanciën werkelijk onder controle zijn. Zelfs de OESO stelt uitdrukkelijk dat de huidige plannen onvoldoende zijn om de schuld te doen dalen.
Besparen betekent dat alle bestuursniveaus hun werking kritisch moeten doorlichten. Bevoegdheden zijn versnipperd, administraties werken naast elkaar en voor elk nieuw probleem ontstaat bijna automatisch een nieuwe dienst, organisatie of semi-overheidsorgaan. Dat moet afgebouwd worden. De bureaucratie blijft maar groeien, vergunningen blijven jarenlang aanslepen en de administratieve regelgeving blijft exponentieel toenemen. De voorbije vijf jaar kwamen er opnieuw 40.000 ambtenaren bij, met een meerkost van 2 miljard euro. De OESO vraagt expliciet om efficiëntere overheidsuitgaven, betere samenwerking tussen de verschillende bestuursniveaus en eenvoudigere vergunningsprocedures.
Waanzin in subsidies: een ingewikkelde subsidiemachine
Het Belgische model is stilaan een ingewikkelde subsidiemachine geworden. Eerst worden ondernemingen en werknemers bijzonder zwaar belast. Vervolgens wordt een gedeelte van dat geld via premies en subsidies teruggegeven. Daarvoor zijn opnieuw administraties, formulieren, controles en adviseurs nodig. Op Vlaams niveau zijn de subsidies onder minister Gennez volledig ontspoord. Bevriende organisaties krijgen miljoenen belastinggeld voor de meest onzinnige doeleinden. Het zou veel efficiënter zijn de lasten te verlagen en een groot deel van de subsidies stop te zetten.
Bart De Wever: van kritische analist tot onvoldoende hervormer
Ook het politieke “wonderkind” Bart De Wever lost vooralsnog de hoge verwachtingen niet in. Jarenlang analyseerde hij vanuit de oppositie haarfijn wat er structureel verkeerd loopt met België: een te grote en inefficiënte overheid, een onhoudbare sociale zekerheid, een verstikkende fiscaliteit en een institutioneel kluwen dat iedere hervorming bemoeilijkt. Als premier beschikt hij nu over meer macht en gezag om daar werkelijk iets aan te veranderen. Tot dusver blijft de grote ommekeer echter uit.
De besparingen zijn onvoldoende, de staatsschuld blijft stijgen, stagflatie loert om de hoek en het noodzakelijk economisch relanceplan ontbreekt. De hervormingen zijn te beperkt om de koers van het land fundamenteel te wijzigen. Van een leider met zijn intellectuele reputatie mag meer worden verwacht dan een nieuwe lasagne van kleine maatregelen, uitzonderingen en compromissen. De Wever moet nadrukkelijker aanwezig zijn in het economische debat, zelf meer de koers bepalen en duidelijk maken waar België binnen vijf of tien jaar moet staan. Een premier wordt uiteindelijk niet beoordeeld op zijn scherpe analyses of zijn fraaie toespraken, maar op de resultaten van zijn beleid.
Pieter Timmermans heeft gelijk wanneer hij zegt dat we op een punt zijn gekomen waarop dit niet langer houdbaar is. Bedrijven, ondernemers en werkende mensen zijn niet verantwoordelijk voor de ontspoorde Belgische overheidsuitgaven. Zij mogen dan ook niet telkens de rekening krijgen. De regering moet zelf orde op zaken stellen met structurele saneringen, meer efficiëntie en een krachtig economisch relanceplan.
België heeft geen fiscale lasagne nodig, maar een fundamentele koerswijziging met minder lasten, minder regels, minder politieke versnippering, minder inefficiënte uitgaven en meer ruimte voor ondernemerschap, investeringen en groei. Als zelfs de grootste werkgeversorganisatie van het land zo nadrukkelijk aan de alarmbel trekt, wordt het bijzonder gevaarlijk om opnieuw te doen alsof er niets aan de hand is.
Bronnen
- Europese Commissie, Economic Forecast for Belgium, 21 mei 2026;
- OESO, Economic Outlook 2026 – Belgium;
- OESO, Taxing Wages 2026;
- Eurostat, belastinginkomsten en sociale bijdragen 2024 en overheidstekorten 2025;
- Statbel, maandelijkse faillissementsstatistieken juli 2026;
- Trends, interview met VBO-topman Pieter Timmermans, 27 augustus 2026.
Reacties 0
Reageren kan als abonnee. Log in met uw e-mailcode of word abonnee.
Nog geen reacties. Wees de eerste om te reageren.