Nieuws en opiniestukken
Laatste
De VRT: Een half miljard euro en een fundamentele vraag naar efficiëntie De economische lente van het gezond verstand OPINIE. Artificiële intelligentie of artificiële incompetentie? Vlamingen betalen de rekening voor het financiële mismanagement in Wallonië
Vastgoedmakelaar worden: van losse facturen tot een strenge beroepsopleiding Economie
Foto: W. Vander Cruyssen

Vastgoedmakelaar worden: van losse facturen tot een strenge beroepsopleiding

Het BIV professionaliseerde het beroep vastgoedmakelaar in de jaren negentig. Ik leerde hoe streng de toelating toen was – en hoe die drempels later werden verlaagd.

Deel dit artikel: Facebook X E-mail

Toen ik in de jaren negentig als stagiair-vastgoedmakelaar wilde toetreden tot het beroep, stuitte ik op een muur van regels. Het Beroepsinstituut van Vastgoedmakelaars (BIV) had net de plannen gelanceerd om het vak te professionaliseren. Tot dan toe kon in de praktijk bijna iedereen vastgoedmakelaar worden, mits hij drie facturen als zodanig kon voorleggen. Die tijd was voorbij.

Het BIV stelde hoge eisen. Slechts enkele diploma’s gaven rechtstreeks toegang tot de stage: licentiaat in de Rechten, licentiaat in de Economische Wetenschappen, architectuur of de net opgerichte specialisatie Vastgoed binnen de Bachelor Bouwkunde. De eerste lichtingen waren technisch sterk opgeleid en werkten al met tekenprogramma’s zoals AutoCAD – iets wat voor velen nog onbekend terrein was.

Met mijn universitair diploma Licentiaat Internationale Betrekkingen dacht ik zonder problemen te worden toegelaten. Niets was minder waar. De Uitvoerende Kamer van het BIV oordeelde dat mijn diploma niet geschikt was om vastgoedmakelaar te worden. Ik tekende beroep aan en werd uiteindelijk toch toegelaten, omdat mijn diploma toegang verleende tot de accountantsopleiding. Op dat moment konden immers alle universitaire diploma’s de weg openen naar de accountantsopleiding. Die piste overtuigde de beroepsinstantie.

Een jaar stage en een zwaar examenprogramma

Toegelaten worden als stagiair betekende allerminst dat je meteen vastgoedmakelaar was. Elke kandidaat moest eerst een voltijdse stage van één jaar doorlopen onder begeleiding van een erkend stagemeester. Daarnaast volgde een intensief opleidingstraject met examens over uiteenlopende juridische vakgebieden: huurwetgeving, vastgoedfiscaliteit, ruimtelijke ordening, stedenbouw, mede-eigendom, burgerlijk recht, deontologie en nog veel meer.

Het BIV wilde aantonen dat een vastgoedmakelaar veel meer moest zijn dan een verkoper. Hij moest de wet kennen, risico’s kunnen inschatten en zijn cliënten correct juridisch begeleiden. De opleiding was zwaar en de examens waren veeleisend. Wie slaagde, had bewezen dat hij niet alleen commercieel, maar ook juridisch en technisch onderlegd was.

Van strenge selectie naar versoepelde toegang

De toegangsvoorwaarden zijn in de loop der jaren stap voor stap versoepeld. Waar het BIV aanvankelijk bewust koos voor een strenge selectie om het beroep te professionaliseren, werd die drempel gaandeweg lager. Onder voogdijminister David Clarinval werd de toegang opnieuw verruimd. Vandaag kan iemand die vijf jaar relevante beroepservaring in de vastgoedsector heeft opgebouwd, worden toegelaten tot de stage, ook zonder een specifiek vastgoeddiploma.

Als ik vandaag terugkijk, begrijp ik waarom het beroep destijds zo streng werd afgeschermd. Een vastgoedtransactie behoort voor de meeste mensen tot de belangrijkste financiële beslissingen van hun leven. Wie daarin professioneel adviseert, draagt een grote verantwoordelijkheid. Een degelijke opleiding en praktijkervaring zijn dan geen overbodige luxe, maar een noodzakelijke basis. Het is een les die we niet mogen vergeten in een tijd waarin de drempels steeds lager worden gelegd.

Reacties 0

Reageren kan als abonnee. Log in met uw e-mailcode of word abonnee.

Nog geen reacties. Wees de eerste om te reageren.