Economie
Partijdotaties: wanneer de politiek zichzelf rijkelijk bedient met belastinggeld
België besteedt 86,5 miljoen euro per jaar aan partijfinanciering, terwijl partijen samen 122 miljoen euro eigen vermogen hebben. In Nederland is dat bedrag minder dan de helft. Het systeem is uitgegroeid tot een zichzelf versterkende machtsbasis.
Er bestaat in België een merkwaardige politieke reflex. Telkens wanneer er iets fout loopt, wordt het probleem niet kleiner, maar de overheid groter. Er komt een nieuwe instelling met nieuwe regelgeving, een nieuwe subsidiepot of een nieuw financieringssysteem bij. En zelden verdwijnt daarna nog iets.
OVAM werd in 1981 opgericht, nog voor de bodemsaneringsdossiers van de jaren negentig. Vanaf de jaren negentig werd het bodemattest voor iedereen verplicht. In 95% van de gevallen heeft OVAM geen informatie en is de verkoper voor niets geld kwijt. In plaats van eerst te bekijken of nieuwe taken binnen bestaande administraties kunnen worden ondergebracht, creëren we in België liever bijkomende structuren die volledig bevolkt worden met politieke vrienden.
Maar nergens is die politieke zelfbediening zo zichtbaar geworden als bij de financiering van de politieke partijen.
Van partijfinanciering tot Agusta
De federale wet op de publieke partijfinanciering dateert van 1989. Het systeem werd onder meer verantwoord vanuit de steeds duurdere verkiezingscampagnes en de wens om partijen minder afhankelijk te maken van private geldschieters. In de beginfase vielen de bedragen nog mee.
En toen kwam Agusta-Dassault.
De Vlaamse SP ontving volgens de gerechtelijke reconstructie 51 miljoen Belgische frank van Agusta en daarnaast omgerekend ongeveer 60 miljoen Belgische frank van Dassault. Na de veroordelingen werd uiteindelijk 160 miljoen Belgische frank verbeurdverklaard, omgerekend bijna 4 miljoen euro. Daarvan had 111 miljoen frank betrekking op de Vlaamse socialistische kant en 49 miljoen op de PS-kant.
België is nadien volledig doorgeslagen. Van een verdedigbare financiering veranderde het in een decadent systeem.
Miljoenen reserves, geen belasting
In 2025 steeg de totale financiering naar 86,5 miljoen euro. Tegelijk beschikten de partijen volgens hun jaarrekeningen in 2025 samen over maar liefst 122 miljoen euro eigen vermogen. Politieke partijen zijn grote organisaties geworden met tientallen werknemers, studiediensten, communicatieafdelingen, vastgoed en aanzienlijke financiële reserves, maar belastingen betalen ze niet.
Waar gaat al dat geld naartoe?
- De Belgische partijen krijgen zodanig veel partijdotaties dat partijen als PVDA 1 miljoen euro publiciteit maken op sociale media tijdens verkiezingen.
- Ook Vlaams Belang en N-VA smijten met geld op sociale media. Figuren als Tom Van Grieken en Bart De Wever staan bij de Europese top.
- Naar gebouwen en ander vermogen.
Eind 2024 bedroeg het totale vermogen van de Belgische partijen volgens onderzoek van Bart Maddens en collega's ongeveer €163 miljoen, waarvan €127,6 miljoen nettovermogen.
België versus Nederland
- Voor alle Nederlandse politieke partijen samen was in 2024 ongeveer €32 miljoen beschikbaar.
- In België ging het om €83,7 miljoen.
- Nederland heeft bovendien ongeveer 18 miljoen inwoners, België nog geen 12 miljoen.
- De Nederlandse VVD kreeg volgens de officiële begrotingscijfers voor 2024 ongeveer €4,28 miljoen subsidie. Dat is minder dan de Belgische communisten krijgen.
Nieuwe partijen moeten het opnemen tegen organisaties die beschikken over personeel, gebouwen, studiediensten, communicatiespecialisten en miljoenen euro's publieke middelen. En hoe meer stemmen een gevestigde partij behaalt, hoe meer geld ze krijgt om bij de volgende verkiezingen opnieuw campagne te voeren. Daarmee ontstaat een zichzelf versterkend systeem.
Bevriezen is niet genoeg
De federale politiek spreekt momenteel over het bevriezen van de partijdotaties. Maar wanneer je vertrekt van een bijzonder hoog bedrag, is het bevriezen ervan nog geen fundamentele hervorming. Politicoloog Bart Maddens noemde niet-indexering in deze context zelfs het "minimum minimorum". We moeten veel verder gaan.
- Bouw de publieke partijfinanciering structureel af naar Nederlands model.
- Leg strengere grenzen op aan reserves en opgepot vermogen.
- Maak alle geldstromen transparanter.
- Onderwerp verbonden organisaties, vennootschappen, VZW's en vastgoedconstructies aan dezelfde openbaarheid.
- Stel duidelijke grenzen aan het gebruik van belastinggeld voor politieke reclame.
Wanneer onze overheden de bevolking vertellen dat iedereen een bijdrage zal moeten leveren om de begrotingen opnieuw gezond te maken, dan mag die bevolking hetzelfde van de politiek verwachten. Wie zware inspanningen van de bevolking verlangt, moet bereid zijn diezelfde discipline op zichzelf toe te passen.
Bronnen
- Belgische Kamer en Senaat – parlementaire documenten over partijfinanciering en Agusta-Dassault
- Hof van Cassatie/verslaggeving Agusta-Dassault
- De Standaard/Belga, 5 april 2000, over de terugbetaling van 160 miljoen BEF
- Vlaams Parlement – regels partijfinanciering
- Belgische partijjaarrekeningen 2024 en 2025
- Onderzoek prof. Bart Maddens (KU Leuven) en collega's naar partijfinanciering
- Nederlandse Rijksoverheid – Wet financiering politieke partijen en subsidiebedragen 2024
Reacties 0
Reageren kan als abonnee. Log in met uw e-mailcode of word abonnee.
Nog geen reacties. Wees de eerste om te reageren.