Nieuws en opiniestukken
Laatste
Hebben we Europa uitgegeleverd aan China? Chat Control 2.0: België opnieuw de brave leerling van Europa Chat Control 2.0: België op het punt van een privacycrisis Crevits en Diependaele ziek tijdens begrotingsbesprekingen
Hoe Duitsland zijn eigen Chinese concurrenten heeft opgeleid Economie
Foto: Asterion

Hoe Duitsland zijn eigen Chinese concurrenten heeft opgeleid

Europese bedrijven deelden decennialang technologie met China, in ruil voor markttoegang. Nu staan Chinese autobouwers op eigen benen en overvleugelen ze de Europese industrie. Een les in strategische blindheid.

Deel dit artikel: Facebook X E-mail

De teloorgang van de Duitse auto-industrie is voor een belangrijk deel het gevolg van strategische naïviteit. Decennialang zagen Europese politici en bedrijfsleiders China vooral als een gigantische afzetmarkt. Om toegang te krijgen tot die markt, gingen ze akkoord met verplichte joint ventures, technologische samenwerking en de overdracht van kennis.

Duitse autobouwers bouwden fabrieken, leidden ingenieurs op en brachten hun modernste productietechnieken naar China. Vandaag plukken Chinese constructeurs daar de vruchten van, terwijl Europa de rekening betaalt.

Een gouden deal die een wolf in schaapskleren bleek

Volkswagen was een van de pioniers. Vanaf de jaren tachtig investeerde het miljarden in China en hielp het de Chinese auto-industrie uitbouwen. De productieprocessen, kwaliteitscontrole en logistieke systemen die Duitse bedrijven gedurende tientallen jaren hadden ontwikkeld, werden er stap voor stap ingevoerd. Het leek een gouden deal: Duitsland verkocht miljoenen auto’s en boekte enorme winsten.

Maar ondertussen ontwikkelde China een eigen industrie die vandaag op eigen benen staat en zelfs technologisch vooroploopt in verschillende segmenten van elektrische mobiliteit. De ironie is pijnlijk. Europese bedrijven hebben hun toekomstige concurrenten mee opgeleid.

De leerling is de meester voorbijgestoken

Vandaag verliezen Volkswagen, BMW, Mercedes-Benz en Porsche marktaandeel aan Chinese merken zoals BYD, Geely, Xpeng, Leapmotor, Omoda en Jaecoo. Dat gebeurde niet alleen door slim ondernemerschap. Chinese autobouwers konden jarenlang rekenen op omvangrijke staatssteun, goedkope leningen, fiscale voordelen en een industriebeleid dat volledig gericht was op wereldmarktleiderschap. Tegelijk produceren veel Chinese bedrijven onder voorwaarden die niet vergelijkbaar zijn met de Europese realiteit. De energiekosten liggen vaak lager, milieuregels zijn vaak minder streng, sociale bescherming is beperkter en de overheid kan veel directer ingrijpen in de economie. Daardoor ontstaat een concurrentievoordeel dat Europese bedrijven moeilijk kunnen evenaren.

Maar het echte probleem ligt misschien nog wel dichter bij huis: de naïviteit van Europa. We openden onze markt, onze universiteiten, onze onderzoekscentra en onze bedrijven. We deelden technologie, kennis en expertise, in de overtuiging dat economische samenwerking automatisch zou leiden tot wederzijds voordeel. Dat bleek een misrekening.

Europa speelde volgens de regels van de vrije markt, China niet

Europese bedrijven kregen vaak slechts toegang tot de Chinese markt als zij hun technologie deelden met lokale partners. Intussen konden Chinese bedrijven leren, kopiëren en vervolgens, ondersteund door de staat, wereldwijd concurreren. Vandaag worden Europese constructeurs niet alleen geconfronteerd met goedkope Chinese auto’s, maar ook met concurrenten die jarenlang konden groeien dankzij staatssteun, goedkope energie, lagere loonkosten, minder strenge milieuregels, een minder uitgebreide sociale bescherming en een overheid die de volledige industrie strategisch ondersteunt. Dat is geen gelijk speelveld.

Toch lijkt Europa dezelfde fouten te blijven maken. Ook in batterijen, zonnepanelen, windenergie, kunstmatige intelligentie en andere strategische sectoren stellen we onze kennisinstellingen en markten bijzonder open, zonder altijd voldoende oog te hebben voor de langetermijngevolgen. Kennis is vandaag een van de belangrijkste economische grondstoffen. Wie die zonder voorwaarden weggeeft, ondergraaft uiteindelijk zijn eigen concurrentiekracht.

Vrijhandel alleen op basis van wederkerigheid

Dit betekent niet dat Europa zich moet afsluiten van de wereld. Vrijhandel heeft onze welvaart enorm vergroot. Maar vrijhandel kan alleen werken wanneer er wederkerigheid bestaat. Wanneer één partij haar markt afschermt, haar bedrijven massaal subsidieert en tegelijk onbeperkt toegang krijgt tot Europese technologie en markten, is er geen sprake meer van eerlijke concurrentie.

Europa moet daarom strategischer worden. Bescherm kritieke technologieën beter. Investeer veel meer in eigen onderzoek en ontwikkeling. Verminder de administratieve lasten, de energiekosten en de regeldruk voor onze ondernemingen. Maak onze industrie opnieuw competitief. En vooral: eis wederkerigheid. De toegang die Chinese bedrijven krijgen tot Europa, moet ook gelden voor Europese bedrijven in China.

Een les die we niet mogen vergeten

De geschiedenis van de Duitse auto-industrie is een harde les. Duitsland heeft, gedreven door kortetermijnwinsten, mee geholpen om zijn grootste concurrent op te bouwen. Europa mag die fout geen tweede keer maken. Openheid is een kracht, maar alleen wanneer ze gepaard gaat met gezond verstand, strategisch inzicht en een gelijk speelveld.

Bronnen

  • Trouw, Duitse auto-industrie leerde China hoe je auto’s bouwt, en betaalt nu zelf het gelag (augustus 2026).
  • Europese Commissie – onderzoeken naar staatssteun voor Chinese elektrische voertuigen.
  • Publieke jaarverslagen en bedrijfsinformatie van Volkswagen Group, BMW Group, Mercedes-Benz Group en Porsche AG.

Reacties 0

Reageren kan als abonnee. Log in met uw e-mailcode of word abonnee.

Nog geen reacties. Wees de eerste om te reageren.