Binnenland
Het dossier-Wim Adriaens: een koude douche voor wie dacht dat de oude politieke cultuur voorbij was
N-VA beloofde een nieuwe politieke cultuur, maar de zaak-Adriaens toont het omgekeerde: politieke benoemingen, financiële bescherming en herbenoeming na ernstige fouten. Waar blijft de verantwoordelijkheid?
Wie dacht dat Vlaanderen stilaan afscheid had genomen van de oude politieke cultuur met partijconnecties en politieke benoemingen, krijgt met het dossier-Wim Adriaens opnieuw een koude douche. En opnieuw ontgoochelt toch N-VA. Een partij die jarenlang beweerde dat ze de Vlaamse overheid efficiënter, zakelijker en verantwoordelijker wilde maken, wordt nu geconfronteerd met een dossier dat precies het tegenovergestelde uitstraalt.
Een carrière in de Vlaamse top
Het verhaal begint bij Wim Adriaens, jarenlang een van de belangrijkste figuren binnen de Vlaamse arbeidsadministratie. Hij was eerder kabinetschef op het Vlaamse beleidsdomein Werk en werd in 2019 politiek benoemd tot gedelegeerd bestuurder van VDAB. Adriaens behoorde tot de groep voormalige kabinetsmedewerkers die doorstroomden naar belangrijke functies binnen de Vlaamse administratie.
Een audit en een ontslag
Begin 2026 kwam Adriaens in opspraak. Een forensische audit onderzocht de aanwerving van een Taiwanese vrouw die hij tijdens een studiereis had leren kennen. Bij haar aanwerving bij VDAB bleken de regels en procedures niet correct te zijn gevolgd. Het ging om een administratieve fout waarbij mensen uit de top van VDAB betrokken waren. Van een topmanager die anderen moet beoordelen, mag juist een correcte deontologische houding verwachten.
Adriaens stapte uiteindelijk op als topman van VDAB. Daarmee zou je denken dat de zaak bestuurlijk was afgesloten.
Een comfortabele bescherming en een nieuwe benoeming
Vervolgens bleef hij na zijn vertrek maanden thuis terwijl zijn loon doorliep. We spreken niet over een doorsnee loon. Voor 2024 werd voor zijn VDAB-functie een brutobezoldiging van ongeveer 176.500 euro gerapporteerd, of gemiddeld bijna 14.700 euro bruto per maand. Dat maakt het voor gewone werknemers bijzonder moeilijk te begrijpen dat iemand na ernstige fouten aan de top niet alleen een zeer comfortabele financiële bescherming geniet, maar vervolgens opnieuw binnen dezelfde overheid wordt benoemd.
De voormalige VDAB-topman gaat opnieuw aan de slag bij Het Facilitair Bedrijf van de Vlaamse overheid, opnieuw in een managementfunctie en dat opnieuw via N-VA.
Een kwestie van geloofwaardigheid
Wanneer iemand uit je eigen politieke omgeving eerst doorstroomt naar de absolute top van de administratie, vervolgens opstapt na ernstige bestuurlijke fouten, maandenlang financieel wordt beschermd en daarna opnieuw in een managementfunctie binnen diezelfde overheid terechtkomt, dan moet je niet verbaasd zijn dat burgers zich afvragen hoe lang de politieke arm precies is.
In de privésfeer zou een dergelijk parcours onmogelijk zijn. Een CEO of algemeen directeur die persoonlijk betrokken raakt bij ernstige inbreuken op de interne aanwervingsregels en daardoor zijn positie moet verlaten, kan er allerminst van uitgaan dat hij maandenlang zijn volledige inkomen behoudt en vervolgens opnieuw een mooie managementstoel krijgt aangeboden.
Politici vragen voortdurend inspanningen van de bevolking. We moeten langer werken. Werklozen moeten sneller geactiveerd worden. Langdurig zieken moeten opnieuw richting arbeidsmarkt. Achterpoorten worden dichtgegooid bij ondernemingen. Bedrijven die slecht geleid worden, gaan failliet.
Maar dan moeten dezelfde principes ook gelden voor de mensen helemaal bovenaan het systeem. Het zijn dit soort excessen die het vertrouwen in onze overheid vernietigen.
Nieuwe politieke cultuur? Niet als het om N-VA gaat
Daarom ontgoochelt N-VA mij opnieuw. Juist van een partij die zich jarenlang profileerde als de partij van verantwoordelijkheid en efficiënt bestuur zou je verwachten dat zij bij dergelijke dossiers een bijzonder strenge standaard hanteert. Nieuwe politieke cultuur verkondig je niet alleen tijdens verkiezingscampagnes. Je bewijst ze elke dag in de praktijk.
Dit dossier toont opnieuw een fundamenteel probleem van onze politiek. Er zijn veel te weinig mensen aanwezig die uit de privésfeer komen. Wie jarenlang in een onderneming heeft gewerkt en iedere maand opnieuw moet zorgen dat er voldoende geld op de rekening staat om lonen, belastingen en leveranciers te betalen, kijkt anders naar verantwoordelijkheid.
Daarom zou onze politiek veel meer mensen uit ondernemingen, vrije beroepen, kmo’s en andere delen van de private economie moeten aantrekken. Onze politieke besluitvorming heeft dringend mensen nodig die weten wat verantwoordelijkheid, efficiëntie, kostenbeheersing en resultaatgerichtheid in de praktijk betekenen.
We spreken al tientallen jaren over een nieuwe politieke cultuur. Maar in de praktijk is daar veel te weinig van te merken. Een overheid kan alleen respect afdwingen wanneer zij voor zichzelf minstens dezelfde normen hanteert als degene die zij aan haar burgers en bedrijven oplegt.
Het dossier-Wim Adriaens gaat over de geloofwaardigheid van onze overheid. En die ontbreekt nog steeds veel te veel.
Bronnen
- De Standaard, 14 augustus 2026, over de terugkeer van Wim Adriaens naar Het Facilitair Bedrijf en de politieke reacties daarop;
- De Standaard, eerdere berichtgeving over de doorstroming van voormalige N-VA-kabinetsmedewerkers naar de Vlaamse administratie;
- Belgisch Staatsblad, mandatengegevens betreffende de eerdere kabinetsfunctie van Wim Adriaens;
- Publieke berichtgeving over de forensische audit, zijn vertrek bij VDAB en zijn bezoldiging.
Reacties 0
Reageren kan als abonnee. Log in met uw e-mailcode of word abonnee.
Nog geen reacties. Wees de eerste om te reageren.