Economie
België herverdeelt het meest van de OESO, maar de fiscale druk blokkeert sociale vooruitgang
België staat wereldwijd aan de top in herverdeling via belastingen en sociale uitkeringen, maar de extreem hoge belastingwig van 52,6% voor gemiddelde werknemers maakt ondernemen en werken ontmoedigend. De overheid creëert zo een paradox: herverdeling is alleen mogelijk als eerst welvaart wordt opgebouwd.
België behoort vandaag tot de meest herverdelende landen van de hele OESO. Belastingen en sociale uitkeringen verkleinen de inkomensverschillen bijzonder sterk. Afhankelijk van de berekeningsmethode staat België zelfs helemaal bovenaan. Dat is een prestatie, maar ook een waarschuwing.
Het populistisch beeld dat rijken weinig of niet bijdragen, klopt niet. België is een land waarin de overheid belastingen heft vanaf het ogenblik dat iemand begint te werken tot nadat hij overleden is. We betalen personenbelasting, sociale bijdragen, btw, accijnzen, onroerende voorheffing, registratierechten, vennootschapsbelasting, roerende voorheffing en uiteindelijk erfbelasting. Wie vermogen opbouwt met inkomsten waarop reeds belastingen werden betaald, ziet datzelfde vermogen tijdens zijn leven en bij zijn overlijden opnieuw belast. Dat is geen toeval, maar een systeem.
De hoogste belastingwig ter wereld
De cijfers spreken boekdelen. Volgens de OESO bedraagt de Belgische belastingwig voor een alleenstaande werknemer met een gemiddeld loon 52,6 procent. Dat is het verschil tussen wat een werknemer zijn werkgever kost en wat hij uiteindelijk netto overhoudt. België heeft daarmee de hoogste belastingwig van alle OESO-landen. Het gemiddelde bedraagt slechts 34,9 procent.
Voor bijkomende inkomsten kan die belastingdruk nog veel hoger oplopen. Door de combinatie van personenbelasting, sociale bijdragen en het verlies van bepaalde voordelen kan van een extra verdiende euro bijna niets overblijven. België belast niet alleen rijkdom, maar ook de weg naar rijkdom.
Politici zeggen dat ze sociale mobiliteit willen bevorderen, maar bestraffen tegelijk iedereen die meer uren werkt, een onderneming begint, personeel aanwerft, investeert of een vermogen probeert op te bouwen. De roep om een nieuwe rijkentaks klinkt vooral populistisch.
Het einde van de fiscale vrijheid
Dertig of veertig jaar geleden was het voor werkende Belgen gemakkelijk om inkomsten of kapitaal buiten het zicht van de fiscus te houden. Een rekening in Luxemburg of een trip naar Hulst volstond om geld jarenlang onzichtbaar te maken. Die wereld bestaat al lang niet meer. Banken openen nog moeilijk een rekening voor niet-onderdanen en moeten alle verdachte verrichtingen onmiddellijk melden. Landen wisselen automatisch rekeninginformatie uit. Banken, notarissen, accountants en vermogensbeheerders hebben uitgebreide identificatie- en meldingsplichten. De fiscus beschikt over steeds grotere databanken en gespecialiseerde controlediensten.
De recente zaak rond Fernand Huts illustreert dat treffend. De Bijzondere Belastinginspectie ontdekte een miljoenenconstructie waarbij geld via Luxemburg naar het Kanaaleiland Jersey vloeide. De belastingclaim zou ongeveer 66 miljoen euro bedragen en de rechtbank oordeelde in eerste aanleg tegen de betrokken constructie. Internationale geldstromen blijven vandaag niet meer onder de radar.
Uit de afnemende opbrengsten van fiscale amnestiemaatregelen kan men alleen maar concluderen dat het reservoir van verborgen spaargeld bijna is opgedroogd. ‘Hoe rijker, hoe minder belastingen’ is een versleten plaat. Er wordt aan wettelijke belastingoptimalisatie gedaan, maar dat is geen ontduiking. De impact daarvan wordt steeds kleiner.
Erfbelasting: de mythe van onbelaste vermogens
Ook het oude beeld van een kleine klasse met adel en aristocratie die niets doet, bestaat al lang niet meer. Bij een overlijden staat vadertje staat steeds aan de deur. In Vlaanderen loopt het hoogste tarief voor kinderen en partners op tot 27 procent. Tussen broers en zussen en tussen niet-verwanten bedraagt het hoogste tarief 55 procent. De bewering dat grote vermogens probleemloos en onbelast van generatie op generatie worden doorgegeven, is manifest onjuist.
Sociale mobiliteit: een troef met beperkingen
België heeft als grote troef een zeer betaalbaar en toegankelijk onderwijs. Kinderen uit armere gezinnen kunnen hier een diploma behalen, een onderneming beginnen en zich maatschappelijk opwerken. Volgens de OESO is de inkomensongelijkheid in België zeer laag en bevindt onze intergenerationele inkomensmobiliteit zich ongeveer rond het OESO-gemiddelde. Ook de Gini-index bevestigt deze tendens.
Wie zich opwerkt, moet de vruchten van zijn inspanningen grotendeels kunnen behouden. Wanneer elke promotie, extra werkdag of ondernemerswinst onmiddellijk zwaar wordt belast, blokkeert de overheid de sociale vooruitgang. De overheid moet niet alleen herverdelen, maar ook de voorwaarden scheppen waaronder welvaart kan worden gecreëerd.
De echte hervorming begint bij de uitgaven
België heeft geen gebrek aan belastingen. Het heeft een ernstig uitgaven- en efficiëntieprobleem. Ons land telt federale, gewestelijke, gemeenschaps-, provinciale, lokale en intercommunale structuren. Bevoegdheden overlappen, administraties controleren elkaar en subsidies stapelen zich op zonder dat iemand nog het volledige overzicht bewaart.
De overheid gebruikt ons belastinggeld te veel voor verlieslatende structuren, inefficiënte instellingen, politieke organisaties en grote ondernemingen. Een ernstig hervormingsplan moet:
- de belastingdruk en sociale bijdragen op arbeid structureel verlagen;
- het aantal bestuurslagen, agentschappen en overlappende bevoegdheden verminderen;
- subsidies periodiek op hun economische en maatschappelijke resultaat toetsen;
- werken en ondernemen altijd duidelijk aantrekkelijker maken dan inactiviteit;
- de administratie digitaliseren en vereenvoudigen;
- publieke diensten systematisch vergelijken op kostprijs en resultaat;
- fiscale regels eenvoudiger, stabieler en voorspelbaarder maken;
- en overal de regelneverij afbouwen.
Rijkdom creëren vóór men ze verdeelt
Herverdeling kan alleen bestaan wanneer eerst welvaart wordt gecreëerd. Een land kan geen sociale bescherming financieren door ondernemers, investeerders en hoogopgeleide werknemers voortdurend te belasten. België moet aantrekkelijker worden voor nieuwe talenten en ondernemingen door een concurrerend fiscaal en administratief klimaat te bieden.
Wanneer meer dan de helft van de loonkosten van een gemiddelde alleenstaande werknemer verdwijnt in belastingen en bijdragen, is een grens overschreden. Dan is het antwoord niet nóg een belasting. De overheid moet eindelijk onderzoeken waarom ze met zoveel inkomsten toch ieder jaar nieuwe tekorten maakt. Wie werkelijk sociale vooruitgang wil, mag mensen niet verhinderen welvaart op te bouwen.
Bronnen
- OESO – Taxing Wages 2025: België had in 2024 de hoogste belastingwig;
- OESO – Income redistribution through taxes and transfers;
- Eurostat – Inkomensverdeling en sociale transfers in Europa;
- OESO – Improving economic opportunities for all in Belgium;
- Vlaanderen – Officiële tarieven van de erfbelasting;
- De Tijd – Uitspraak over de geldstroom van Katoen Natie naar Jersey;
- Vlaanderen – Fiscale regularisatie van Vlaamse belastingen;
- Doorbraak – Over verdienstelijke rijken, naar aanleiding van onderzoek van The Economist.
Reacties 0
Reageren kan als abonnee. Log in met uw e-mailcode of word abonnee.
Nog geen reacties. Wees de eerste om te reageren.