Economie
België: een begroting zonder economisch relanceplan is een recept voor stagnatie
De federale en Vlaamse regering zoeken miljarden besparingen, maar een geloofwaardig plan om de economie te laten groeien ontbreekt volledig. De gevolgen zijn voorspelbaar: meer koopkrachtverlies, hogere lasten en een neerwaartse spiraal.
België staat voor een van de zwaarste begrotingsoefeningen in jaren. De federale regering moet zo’n 10 miljard euro vinden, terwijl Vlaanderen mogelijk nog eens 1,7 miljard euro extra moet inboeken. Dat is geen peulschil, maar het ergste is dat er geen enkel geloofwaardig relanceplan op tafel ligt om de economie weer aan te zwengelen.
Wat we vandaag zien, zijn vooral maatregelen die de koopkracht verder onder druk zetten: besparen op de sociale zekerheid, belastingen verhogen, indexeringen bevriezen en uitstellen. Een land dat eindeloos meer uitgeeft dan het ontvangt, kan niet blijven doorgaan zonder de economische motor te herstarten. Maar dat gebeurt niet. In plaats daarvan wordt de begroting een aaneenschakeling van lastenverhogingen en uitstelgedrag.
Federaal: besparen op de sociale zekerheid, zonder oplossingen voor de zorg
De federale besparingspistes draaien vooral rond de sociale zekerheid. Zo wordt de groeinorm in de gezondheidszorg verder verlaagd. Voor 2026 en 2027 werd die al teruggebracht tot 2 procent bovenop de indexering, maar tegen 2029 zou ze opnieuw naar 3 procent stijgen. Dat laatste procentpunt niet toekennen, zou over twee jaar ongeveer 638 miljoen euro opleveren. Budgettair is dat begrijpelijk, maar de realiteit is dat de vergrijzing, de toenemende zorgvraag en het tekort aan zorgpersoneel daardoor niet verdwijnen. Een lagere groeinorm zonder efficiëntieverbetering betekent langer wachten op zorg, meer druk op verpleegkundigen en een verschuiving van kosten naar de patiënt.
Het is ook oneerlijk dat wie nooit heeft gewerkt dezelfde behandeling krijgt als iemand die zich jarenlang heeft kapot gewerkt. De bijdrage en dienstjaren van zorgbehoevenden worden nergens meegewogen.
Daarnaast wordt het remgeld bij de huisarts of kinesist verhoogd van 4 naar 8 euro, wat naar schatting 696 miljoen euro moet opleveren. Ook de verhoogde tegemoetkoming voor ongeveer 2,4 miljoen mensen die slechts een beperkt remgeld betalen, zou worden ingeperkt. Beide maatregelen treffen vooral de lagere inkomens.
Een andere piste is de indexering van lonen, pensioenen en uitkeringen te bevriezen of te beperken. Een indexhervorming kan economisch verdedigbaar zijn, maar alleen als ze gekoppeld wordt aan een even grote verlaging van de personenbelasting of de werkgeversbijdragen. Zonder compensatie is het een verdoken belasting op arbeid en inkomen, die de koopkracht verder aantast. En dat terwijl de consumptie – en dus de omzet van winkels, horeca en dienstverleners – juist afhankelijk is van die koopkracht.
Ook een btw-verhoging duikt opnieuw op. In 2025 circuleerde zelfs het voorstel om de tarieven van 6 en 12 procent samen te voegen tot één tarief van 9 procent, wat ongeveer 3 miljard euro had moeten opleveren. Een dergelijke verhoging maakt consumptie duurder, voedt de inflatie en treft lagere inkomens verhoudingsgewijs harder.
Tot slot wordt de noodzakelijke lastenverlaging op arbeid verder uitgesteld. Van de oorspronkelijk beloofde 4 miljard euro werd al 1 miljard doorgeschoven naar 2030. Wanneer ook de resterende 3 miljard wordt uitgesteld, verliest de gemiddelde werknemer een beloofd voordeel van ongeveer 823 euro per jaar. Terwijl de regering zegt dat werken meer moet lonen, wordt precies de maatregel die daarvoor moest zorgen opnieuw opgeborgen.
Vlaanderen: subsidies onder de loep, maar ook lastenverhogingen
Op Vlaams niveau wordt terecht gekeken naar de bijna 20 miljard euro aan subsidies. Een grondige doorlichting daarvan is noodzakelijk. Onder minister Caroline Gennez kwamen al veel excessen aan het licht. Subsidies moeten worden beoordeeld op hun economische en maatschappelijke rendement. Alleen die maatregelen die daadwerkelijk meerwaarde opleveren, mogen blijven bestaan. Investeringen in innovatie, onderzoek, opleiding en infrastructuur zijn cruciaal voor de productiviteit en vooruitgang.
Vlaanderen overweegt ook de verlaging van de erfbelasting uit te stellen, wat 300 tot 400 miljoen euro zou opleveren. Daarnaast staan subsidies voor regionale luchthavens ter discussie en kan het begrotingsevenwicht worden verschoven van 2027 naar 2028. Maar ook hier dreigen verdoken belastingen: een pakjestaks van 2 euro voor kleine bestellingen van buiten de EU, hogere vliegtaksen, een verhoging van de verzekeringstaks, hogere accijnzen op aardgas en brandstoffen, een nieuwe bankentaks en een verdubbeling van de effectentaks.
Wereldvreemde beslissingen die de economie afremmen
De afschaffing van de interestaftrek voor vastgoed dat niet de eigen woning is, is een schoolvoorbeeld van hoe politieke beslissingen de economie kunnen stilleggen. Vanaf inkomstenjaar 2025 kunnen intresten niet langer van de belastbare onroerende inkomsten worden afgetrokken. Deze maatregel geldt niet alleen voor nieuwbouw of nieuwe kredieten, maar ook voor bestaande leningen. Daardoor veranderde de overheid tijdens de looptijd de fiscale berekening waarop veel particuliere investeerders hun aankoop hadden gebaseerd. Het resultaat? Een nog slechtere situatie op de verhuur- en vastgoedmarkt.
De bouwsector staat al onder zware druk. In 2025 gingen volgens Embuild 2.780 bouw- en installatiebedrijven failliet, een absoluut record. In de eerste vier maanden van 2026 volgden nog eens 946 faillissementen. In de eerste helft van 2025 werden slechts 20.160 nieuwe woningen vergund, het laagste aantal sinds 1998. De combinatie van hoge rente, dure bouwmaterialen, stijgende lonen, complexe vergunningen en voortdurend verslechterende fiscaliteit heeft de sector in een neerwaartse spiraal gebracht.
Onze leiders nemen dikwijls opeenvolgende contraproductieve maatregelen die onze economie doen stilvallen. Volgens Eurostat groeide de economie van de eurozone in het tweede kwartaal van 2026 met 0,4 procent tegenover het voorgaande kwartaal. België bleef steken op 0,0 procent. Op jaarbasis groeide de Belgische economie nog slechts met 0,5 procent.
België heeft een relanceplan nodig, geen eindeloze besparingen
Dat zijn geen cijfers waarbij men nog over extra belastingen en koopkrachtvermindering kan spreken. België heeft volgens de OESO bovendien nog altijd de hoogste belastingwig op arbeid van alle OESO-landen. Voor een alleenstaande werknemer met een gemiddeld loon bedroeg het verschil tussen de totale loonkosten voor de werkgever en het nettoloon in 2025 maar liefst 52,5 procent.
Arbeid nog zwaarder belasten of beloofde lastenverhogingen uitstellen, is in zo’n omgeving economisch contraproductief. We hebben daarom dringend nood aan economisch stimulerende maatregelen. Een relanceplan moet de sociale lasten op nieuwe aanwervingen verlagen, vooral voor starters, kmo’s en groeibedrijven. Het moet investeringen en risicokapitaal fiscaal aantrekkelijker maken, rechtszekerheid bieden aan vastgoedinvesteerders en de vergunningverlening versnellen.
Start-ups en potentiële unicorns moeten hier kunnen doorgroeien in plaats van naar Nederland, Luxemburg of de Verenigde Staten te vertrekken. Regels moeten eenvoudiger, stabieler en voorspelbaarder worden. Voor iedere nieuwe administratieve verplichting zouden minstens twee verouderde verplichtingen moeten verdwijnen.
Een algemene belastingverlaging zonder besparingen is budgettair onmogelijk, maar gerichte lastenverlagingen die werk, investeringen en innovatie stimuleren, kunnen zichzelf terugverdienen door meer economische activiteit en tewerkstelling. Dat is het verschil tussen blind belasten en besparen op de koopkracht van de mensen en economisch stimuleren.
Wanneer de regering uitsluitend uitvoert wat vandaag op tafel ligt, zal de economie verder krimpen. Dan krimpt de belastingbasis en moeten we elk jaar opnieuw besparen en belasten tot in de armoede. België dreigt dan in een vicieuze cirkel terecht te komen met hogere lasten, minder groei, lagere inkomsten en nog hogere lasten.
Vandaag lopen al meer dan 1,9 miljoen Belgen, of 16,5 procent van de bevolking, risico op armoede. Zonder sterkere economische groei wordt het steeds moeilijker om lonen, pensioenen, gezondheidszorg en sociale bescherming op peil te houden.
De begroting saneren is noodzakelijk, maar wie alleen de gaten dicht zonder de economische motor te herstellen, zal ieder jaar nog grotere gaten vinden. België heeft niet alleen een besparingsplan nodig, maar vooral een verstandig en geloofwaardig relanceplan dat ondernemerschap, investeringen en innovatie opnieuw mogelijk maakt.
Bronnen
- Eurostat – bbp-groei tweede kwartaal 2026
- Nationale Bank – economische vooruitzichten 2026
- OESO – Taxing Wages 2026
- Statbel – risico op armoede en sociale uitsluiting
- Embuild – recordaantal faillissementen in de bouw
- Embuild – bouwvergunningen en woningbouw
- FOD Financiën – fiscale voordelen hypothecaire leningen
- KBC – afschaffing federale interestaftrek
- Overzicht fiscale begrotingsmaatregelen 2026–2029
- HLN – begrotingspistes federaal en Vlaams
Reacties 0
Reageren kan als abonnee. Log in met uw e-mailcode of word abonnee.
Nog geen reacties. Wees de eerste om te reageren.